5 min
-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
#ZZPUpdate week 44: 85% van de 1172 reacties negatief over Zelfstandigenwet, inzet zorg-zzp'er via pgb blijft mogelijk en petitie vraagt om geleidelijkere afbouw youngtimerregeling
Deze week in de ZZPUpdate:
- 1.172 reacties op de internetconsultatie Zelfstandigenwet: 85% negatief
- Handhaving schijnzelfstandigheid remt zzp-inhuur bij mkb-bedrijven
- Zorg-zzp’er blijft mogelijk bij pgb, maar budgethouder loopt werkgeversrisico
- Hof: zelfstandig pedagogisch medewerker kan btw-vrijstelling toepassen
- Petitie vraagt om geleidelijkere afbouw youngtimerregeling
Geschreven door:
1.172 reacties op de internetconsultatie Zelfstandigenwet: 85% negatief
Gisteren, op 29 oktober, sloot de internetconsultatie van de Zelfstandigenwet. ZiPconomy analyseerde alle 1.172 reacties. Van de indieners is 85% negatief of zeer negatief over het wetsvoorstel in zijn huidige vorm. Slechts 5% reageert overwegend positief. Tegelijkertijd steunt 41% uitdrukkelijk het doel van de wet: meer duidelijkheid en een veilige haven voor zelfstandigen. Van deze groep is echter 81% alsnog ontevreden over de gekozen uitwerking. De reacties zijn vooral afkomstig van individuele indieners, die samen 89,4% van het totaal vertegenwoordigen. Zzp’ers uit de ICT en interim-professionals, adviseurs en projectmanagers zijn sterk vertegenwoordigd. De uitkomsten vormen daarom geen representatieve opiniepeiling onder alle Nederlandse zzp’ers.
Het meest genoemde bezwaar is de eis van minimaal drie opdrachtgevers in twee jaar, die door 74% van de indieners wordt afgewezen. Onder ICT’ers loopt dat percentage op tot 97% en binnen interim-management, advies en projectmanagement tot 91%. Andere bezwaren gaan over de aansluiting op specifieke beroepen en sectoren, de verplichte uitgaven aan voorzieningen, onzekerheid achteraf en de negatieve beoordeling van facturering per uur.
Van alle indieners stelt 45% voor om niet langer alle criteria verplicht te maken of een alternatieve route naar de veilige haven te openen. Intermediairs maken vooral bezwaar tegen de regel dat zij bij een tussenkomstconstructie als enige opdrachtgever tellen. Daarnaast bestaat de vrees dat opdrachtgevers de vrijwillige veilige haven in de praktijk als harde inhuureis gaan gebruiken. Brancheorganisaties en intermediairs steunen het doel van de wet veel vaker dan individuele zzp’ers, maar willen wel ingrijpende aanpassingen.
Vakbonden zijn eveneens zeer negatief, maar vanuit een andere invalshoek: zij vrezen aantasting van werknemersbescherming en legitimering van schijnzelfstandigheid. Minister Aartsen heeft inmiddels bevestigd dat het wetsvoorstel nog wordt aangepast, waarbij vooral de eis van drie opdrachtgevers opnieuw wordt bekeken. Daarna volgen advies van de Raad van State en behandeling in de Tweede en Eerste Kamer, met januari 2028 nog altijd als beoogde ingangsdatum.
Bron: ZiPconomy
Handhaving schijnzelfstandigheid remt zzp-inhuur bij mkb-bedrijven
Bijna driekwart van de administratie- en belastingadvieskantoren ziet dat mkb-klanten minder zzp’ers inhuren. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen onder 150 kantoren. In totaal signaleert 72,5% dat veel of een deel van de klanten de inzet van zelfstandigen heeft teruggeschroefd. Daarnaast zegt 80,5% dat opdrachtgevers onzeker zijn over het inhuren van zzp’ers. Die onzekerheid hangt samen met de hervatte handhaving op schijnzelfstandigheid sinds 1 januari 2025. Voor zelfstandigen kan de voorzichtigheid betekenen dat opdrachten verdwijnen, ook wanneer zij hun onderneming aantoonbaar zelfstandig voeren. De voorgestelde Zelfstandigenwet moet opdrachtgevers meer zekerheid vooraf bieden. Ruim de helft van de ondervraagde kantoren verwacht dat de wet inderdaad meer duidelijkheid kan geven. Een derde denkt dat opdrachtgevers hierdoor weer iets vaker bereid zullen zijn zelfstandigen in te huren.
Tegelijkertijd bestaan er zorgen over de praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde criteria. Vooral het aantonen van ondernemerschap, het vereiste aantal opdrachtgevers en voorzieningen voor ondernemersrisico’s roepen vragen op. De advieskantoren hebben daarom behoefte aan een eenvoudig en betrouwbaar instrument waarmee arbeidsrelaties vooraf kunnen worden beoordeeld. Zo’n instrument moet volgens hen rekening houden met de verschillende manieren waarop zelfstandigen hun bedrijf en opdrachten organiseren. Een langdurige samenwerking met één opdrachtgever hoeft volgens NOAB niet automatisch te betekenen dat iemand werknemer is. De brancheorganisatie waarschuwt dat nieuwe criteria niet tot extra administratieve lasten of onnodige beperkingen voor het mkb mogen leiden. Voor zzp’ers onderstrepen de uitkomsten het belang van een duidelijk afgebakende opdracht, aantoonbaar ondernemerschap en afspraken die ook in de dagelijkse praktijk worden gevolgd.
Bron: Onderneming.nl
Zorg-zzp’er blijft mogelijk bij pgb, maar budgethouder loopt werkgeversrisico
Mensen met een persoonsgebonden budget mogen volgens het kabinet nog steeds een zzp’er inhuren, mits de samenwerking goed wordt vormgegeven. Minister Aartsen schrijft dat in een Kamerbrief die op 27 oktober is gepubliceerd. Het kabinet komt niet met de eerder toegezegde extra voorbeeldsituaties voor pgb-houders. Volgens de minister leveren zulke voorbeelden waarschijnlijk weinig extra zekerheid op, omdat iedere zorgrelatie anders is. De pgb-situatie is bijzonder doordat de opdrachtgever meestal een particulier is die zelf zorg nodig heeft. Deze opdrachtgever beschikt doorgaans niet over een HR-afdeling of juridisch adviseur. In 2023 waren er binnen de Jeugdwet, Wlz en Wmo in totaal 277.970 zorgovereenkomsten. Daarvan waren er 17.140, oftewel 6,2%, gesloten met een zelfstandige. Een budgethouder kan kiezen voor zorg via een instelling, een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Alleen bij die laatste vorm kan discussie ontstaan over schijnzelfstandigheid. De manier waarop de samenwerking in de praktijk wordt uitgevoerd, is belangrijker dan de naam van het contract. Wanneer de budgethouder werktijden bepaalt, het werk controleert of functioneringsgesprekken voert, kan dat wijzen op werkgeversgezag. Beperkte aanwijzingen over de gewenste zorg zijn wel mogelijk, vooral wanneer de zzp’er specialistische of medische werkzaamheden uitvoert. Meerdere opdrachtgevers, eigen werktijden en vrijheid bij de uitvoering versterken juist de positie van de zorgverlener als zelfstandige.
Voor pgb-zorgverleners geldt bovendien niet langer de lichtere werkgeversregeling die voorheen voortvloeide uit de Regeling dienstverlening aan huis. Wordt de budgethouder achteraf toch als werkgever aangemerkt, dan kunnen verplichtingen ontstaan rond loonheffingen, werknemerspremies, loondoorbetaling bij ziekte en verzuimbegeleiding. Het kabinet verwijst budgethouders daarom naar de keuzehulp en het persoonlijke advies van de Sociale Verzekeringsbank. Voor zowel de zorg-zzp’er als de budgethouder is het belangrijk om vooraf de passende overeenkomst te kiezen en zich daar tijdens de samenwerking ook daadwerkelijk aan te houden.
Bron: ZiPconomy
Volg je de Baazzpraat podcast al?
Hof: zelfstandig pedagogisch medewerker kan btw-vrijstelling toepassen
Een zelfstandig pedagogisch medewerker kan volgens het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gebruikmaken van de btw-vrijstelling voor kinderopvang. De vrijstelling is niet uitsluitend bedoeld voor de houder van een geregistreerd kindercentrum. De zaak draaide om een zelfstandige die via een platform en rechtstreeks voor kinderopvangorganisaties werkte. Bij personeelstekorten verzorgde en begeleidde hij kinderen in geregistreerde kindercentra. De ondernemer werkte voor eigen rekening en risico en stond ingeschreven in het personenregister kinderopvang. Over zijn werkzaamheden had hij in 2021 btw tegen het algemene tarief aangegeven en betaald. De Belastingdienst vond dat de vrijstelling alleen gold voor de kinderopvangorganisatie zelf. Volgens de inspecteur stelde de zelfstandige slechts zijn arbeid ter beschikking aan het kindercentrum. Het hof volgt die redenering niet. De werkzaamheden komen volgens het hof overeen met die van een beroepskracht zoals omschreven in de Wet kinderopvang. Ook een zelfstandig ondernemer kan binnen die wet als beroepskracht worden aangemerkt. De werkzaamheden bestonden daadwerkelijk uit het verzorgen, opvoeden en ondersteunen van de ontwikkeling van kinderen. Daarmee was sprake van kinderopvang en niet uitsluitend van het beschikbaar stellen van arbeid.
De zelfstandige voldeed bovendien aan de kwaliteitseisen doordat hij in het personenregister stond en zijn VOG en registratie vooraf aan het kindercentrum waren gekoppeld. Volgens het hof kunnen ook natuurlijke personen voor de Europese btw-regels worden erkend als instellingen van sociale aard. Omdat de zelfstandige aan de eisen van de Wet kinderopvang voldeed, mocht hij de btw-vrijstelling toepassen en werd zijn hoger beroep gegrond verklaard. De uitspraak is vooral relevant voor zelfstandig pedagogisch medewerkers die onder vergelijkbare voorwaarden in een geregistreerd kindercentrum werken.
Bron: Taxence
Petitie vraagt om geleidelijkere afbouw youngtimerregeling
Stichting Autobelangen heeft de Eerste Kamer gevraagd de geplande aanpassing van de youngtimerregeling verder te verbeteren. De stichting bood op 27 oktober, mede namens gespecialiseerde youngtimerbedrijven, een petitie aan. Ondernemers die een oudere zakelijke auto ook privé gebruiken, betalen binnen de regeling bijtelling over de actuele waarde van de auto. Zonder de regeling wordt de bijtelling doorgaans gebaseerd op de oorspronkelijke cataloguswaarde. Eind 2025 werd besloten de leeftijdsgrens voor de regeling fors te verhogen. Na kritiek vanuit de Eerste Kamer kwam het kabinet met een geleidelijker overgang. Volgens het Belastingplan 2027 stijgt de leeftijdsgrens naar 17 jaar in 2027 en naar 20 jaar in 2028. Stichting Autobelangen vindt vooral de sprong van 17 naar 20 jaar problematisch. Daardoor kunnen auto’s uit de bouwjaren 2008 tot en met 2010 tijdelijk buiten de regeling vallen. Een auto uit 2010 kan in 2027 nog onder de gunstige regeling vallen, maar in 2028 en 2029 niet. Vanaf 2030 kan dezelfde auto opnieuw aan de leeftijdsgrens voldoen. De ondernemer krijgt daardoor mogelijk tijdelijk te maken met bijtelling over de veel hogere oorspronkelijke cataloguswaarde.
Volgens de stichting kan de lastenverzwaring in individuele situaties oplopen tot 800%. Zij pleit daarom voor een leeftijdsgrens van 18 jaar in 2028, 19 jaar in 2029 en 20 jaar in 2030. Ook vraagt de stichting om doorlopend overgangsrecht, zodat een auto die eenmaal onder de regeling valt er niet tijdelijk weer buiten komt te staan. Verder zou de waarderingsgrens voor de pseudo-eindheffing moeten meegroeien met de youngtimerleeftijd. De voorgestelde aanpassing kost volgens de stichting eenmalig ongeveer € 20 miljoen en daarna structureel circa € 1 miljoen per jaar. Voor zzp’ers die zakelijk in een youngtimer rijden, blijft de behandeling van het Belastingplan 2027 daarom financieel relevant.
Bron: Accountant.nl