• 5 min
  • Laatste update:
  • Plaatsingsdatum:

#ZZPUpdate week 45: Adviescollege geeft Zelfstandigenwet zwaarste negatieve oordeel, ook ondernemersorganisaties vrezen voor uitvoerbaarheid en ondernemers hebben vaker een koopwoning maar minder financiële bescherming

#ZZPUpdate week 45: Adviescollege geeft Zelfstandigenwet zwaarste negatieve oordeel, ook ondernemersorganisaties vrezen voor uitvoerbaarheid en ondernemers hebben vaker een koopwoning maar minder financiële bescherming

Geschreven door:

Adviescollege geeft Zelfstandigenwet zwaarste negatieve oordeel

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) adviseert minister Thierry Aartsen om de Zelfstandigenwet niet in de huidige vorm in te dienen. Het oordeel ‘niet indienen of vaststellen’ is het zwaarste negatieve advies dat het college kan geven. De voorgestelde wet introduceert een veilige haven voor zzp’ers en opdrachtgevers die aan een zelfstandigentoets en werkrelatietoets voldoen. Wanneer niet aan alle voorwaarden wordt voldaan, blijft de bestaande juridische beoordeling van de arbeidsrelatie gelden. Daardoor kan volgens betrokken partijen in de praktijk een dubbele toets ontstaan. Het ATR vindt onvoldoende duidelijk voor welke zelfstandigen het nieuwe toetsingskader meer zekerheid oplevert. Ook ontbreekt volgens het college een goede vergelijking tussen de nieuwe criteria en de bestaande beoordeling. Het ministerie zou eerst meetbare doelen, een nulmeting en een evaluatiekader moeten opstellen.

Daarnaast is volgens het ATR onvoldoende onderzocht of er minder belastende alternatieven bestaan. Niet-wettelijke oplossingen, zoals afspraken met afzonderlijke branches, komen in de toelichting nauwelijks aan bod. Ook blijven criteria over onder meer de vrijheid van werktijd en werkplek ruimte bieden voor interpretatie. De voorgestelde derdenverklaring van een accountant krijgt bovendien geen wettelijke status en bindt de Belastingdienst, het UWV en de Arbeidsinspectie niet. Het ministerie verwacht een structurele besparing op de regeldruk van maximaal bijna € 125 miljoen, maar het ATR noemt die inschatting hoogst onzeker. Minister Aartsen bestrijdt de kritiek en stelt dat duidelijke criteria juist minder regeldruk en meer zekerheid opleveren. Het kabinet mikt nog steeds op invoering per januari 2028, maar Aartsen heeft al aangekondigd dat het wetsvoorstel wordt aangepast voordat het verder in procedure gaat.

Bron: ZiPconomy

Ondernemersorganisaties vrezen dat veilige haven te moeilijk bereikbaar wordt

Ook Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN) en verschillende werkgeversorganisaties zijn kritisch over de praktische uitwerking van de Zelfstandigenwet. De organisaties steunen het doel om zelfstandig ondernemerschap wettelijk beter te erkennen en opdrachtgevers vooraf meer zekerheid te bieden. Zij vrezen echter dat de voorgestelde voorwaarden onvoldoende aansluiten bij de dagelijkse praktijk van zzp’ers en het mkb. Een belangrijk struikelblok is de eis dat een zelfstandige in twee jaar voor minimaal drie verschillende opdrachtgevers moet hebben gewerkt. Veel gespecialiseerde zzp’ers werken langere tijd voor één of twee opdrachtgevers zonder dat daarmee automatisch sprake is van schijnzelfstandigheid. VZN wil daarom dat deze eis geen harde voorwaarde wordt. De organisatie stelt voor om zzp’ers die aan vijf van de zeven criteria voldoen ook toegang te geven tot de veilige haven. Als het aantal opdrachtgevers toch blijft meetellen, zou volgens VZN een periode van drie jaar of langer moeten worden gebruikt. Ook zouden starters een inloopperiode moeten krijgen.

 VNO-NCW, MKB-Nederland, AWVN en LTO-Nederland noemen twee opdrachtgevers als mogelijk alternatief. Daarnaast vragen zij om rekening te houden met sectoren waarin langdurige opdrachten gebruikelijk zijn. De organisaties zijn ook kritisch over de beperkte ruimte voor zzp’ers die per uur of per dag factureren. De manier van factureren zegt volgens hen op zichzelf weinig over ondernemerschap en ondernemersrisico. Zzp’ers die niet aan alle voorwaarden voor de veilige haven voldoen, zijn overigens niet automatisch werknemer, omdat de bestaande juridische beoordeling dan blijft gelden. De vrees is wel dat opdrachtgevers uit voorzorg uitsluitend zelfstandigen gaan inhuren die zonder twijfel binnen de veilige haven vallen, waardoor starters en gespecialiseerde zzp’ers met langlopende opdrachten werk kunnen mislopen.

Bron: De Ondernemer

Arbeidsmarkt wordt iets minder krap en aantal zzp’ers daalt verder

De spanning op de Nederlandse arbeidsmarkt is in het derde kwartaal van 2026 opnieuw iets afgenomen. Het aantal openstaande vacatures bleef met 375.000 vrijwel gelijk aan het voorgaande kwartaal. Tegelijkertijd steeg het aantal werklozen met 11.000 naar 407.000. Daardoor liep het werkloosheidspercentage op van 3,9% naar 4,0%. Per 100 werklozen waren er 92 vacatures, tegenover 95 in het tweede kwartaal. De arbeidsmarkt blijft daarmee historisch gezien krap, maar de piek van 142 vacatures per 100 werklozen in 2022 ligt inmiddels duidelijk achter ons. De meeste vacatures zijn te vinden in de handel, zorg en zakelijke dienstverlening. Deze drie sectoren waren samen goed voor meer dan de helft van alle openstaande vacatures.

Het totale aantal banen groeide in het derde kwartaal met 14.000 tot 11,7 miljoen. Vooral bij uitzendbureaus, de overheid en in de zorg kwamen er banen bij. In de zakelijke dienstverlening verdwenen daarentegen 8.000 banen. Het aantal zzp’ers nam voor het zevende achtereenvolgende kwartaal af. In totaal waren er 11.000 minder mensen met een hoofdbaan als zzp’er dan een kwartaal eerder. Ook het aantal door zelfstandigen gewerkte uren daalde met 0,4%, terwijl het aantal werknemers met een vast contract juist toenam. Het verschil met recente KVK-cijfers komt doordat KVK uitgaat van inschrijvingen in het Handelsregister, terwijl het CBS meet of iemand het zelfstandig ondernemerschap daadwerkelijk als hoofdbaan heeft.

Bron: Onderneming.nl

Volg je de Baazzpraat podcast al?

In aflevering #3 gaat Martijn in gesprek met Roos Botman over veerkracht, mindset en persoonlijk ondernemerschap. Benieuwd?
 

Ondernemers hebben vaker een koopwoning, maar minder financiële bescherming

Ondernemers wonen vaker in een koopwoning dan mensen in loondienst, maar hebben onder die woning niet altijd een stevig financieel vangnet. Bijna driekwart van de ondernemers woont in een koopwoning, tegenover 64% van de werknemers. Ondernemers wonen gemiddeld ook ruimer. Van de ondernemers met een zelfstandige woning woont 41% op minimaal 150 vierkante meter. Bij huishoudens met inkomen uit loondienst is dat 21%. Ook is 45% van de ondernemers zeer tevreden over de eigen woning, tegenover 34% van de huishoudens in loondienst. Toch is de financiële bescherming rond de woning bij ondernemers gemiddeld minder goed geregeld. Van de ondernemers met een hypotheek en een woningwaarde tot € 450.000 heeft 46% geen Nationale Hypotheek Garantie. Bij huishoudens in loondienst bedraagt dat aandeel 33%.

NHG kan bescherming bieden bij onder meer arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, scheiding of een gedwongen verkoop. Ondernemers en werknemers geven ongeveer even vaak aan moeite te hebben met het betalen van hun maandelijkse woonlasten. Bij ondernemers gaat het om 5,8%, tegenover 5,3% bij werknemers. Tegelijkertijd beschouwt ruim een derde van de zelfstandig ondernemers de eigen woning als pensioenvoorziening. Daarnaast heeft 27% niets geregeld voor arbeidsongeschiktheid. ABN AMRO adviseert ondernemers daarom hun zakelijke en persoonlijke financiële situatie gezamenlijk te bekijken, omdat zakelijke tegenslag zonder vangnet ook de woning en het privévermogen kan raken.

Bron: ABN AMRO

Laatste jaar betalingsregeling coronaschulden is begonnen

Ondernemers met een openstaande coronabelastingschuld zijn begonnen aan het laatste jaar van de reguliere betalingsregeling. Voor de meeste deelnemers eindigt de regeling op 1 oktober 2027. Vanaf de publicatiedatum resteerden daarmee nog ongeveer elf maanden om de schuld volgens de afgesproken regeling af te lossen. Per 28 oktober 2026 hadden ongeveer 73.000 ondernemers nog een betalingsregeling. Samen hadden zij een openstaande coronabelastingschuld van € 1,9 miljard. In het derde kwartaal van 2026 losten 4.500 ondernemers hun resterende schuld vervroegd volledig af. Ongeveer 25.000 ondernemers hebben een achterstand in hun betalingsregeling. De Belastingdienst benadrukt dat hulp ook tijdens het laatste jaar beschikbaar blijft.

Levensvatbare ondernemers kunnen onder voorwaarden een tijdelijke betaalpauze aanvragen. In bepaalde situaties kan de betalingsregeling bovendien worden verlengd tot maximaal zeven jaar. Ondernemers kunnen voor ondersteuning ook terecht bij de gemeentelijke schuldhulpverlening, het KVK Adviesteam of Geldfit Zakelijk. Tijdens de coronacrisis vroegen ongeveer 400.000 ondernemers bijzonder uitstel van belastingbetaling aan. Van hen maakten ruim 266.000 ondernemers vanaf oktober 2022 gebruik van de betalingsregeling. Bij de start van die regeling stond ongeveer € 20 miljard aan belastingschuld open, verdeeld over 60 maandelijkse termijnen. Ondernemers die problemen verwachten met de resterende aflossingen, kunnen het beste zo vroeg mogelijk contact opnemen om te bespreken welke ondersteuning of aangepaste regeling mogelijk is.

Bron: Belastingdienst

Lees hier al het nieuws van ikwordzzper.nl

Lees ook eens: