4 min
-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
#ZZPUpdate week 12: Zzp’er financieel sterker dan ooit, Kamer buigt zich opnieuw over verplichte AOV en slechts 150.000 zzp’ers werken onder € 38-grens
Kamer buigt zich opnieuw over verplichte AOV
Het kabinet zet een volgende stap richting een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen en heeft de wetgeving nu naar de Tweede Kamer gestuurd. De regeling moet zzp’ers die zich nu niet of moeilijk kunnen verzekeren een basisvangnet bieden, met een maximale premie van € 171 bruto per maand (5,4% van de winst). Na een wachttijd van twee jaar ontvangen arbeidsongeschikte zelfstandigen een uitkering ter hoogte van het minimumloon, tot aan de AOW-leeftijd. Daarmee richt de verzekering zich vooral op de grote groep onverzekerden: momenteel heeft zo’n 75% van de zzp’ers geen AOV, vaak vanwege hoge kosten of medische uitsluiting.
De basisdekking blijft bewust beperkt om de premie laag te houden, benadrukt minister Van Aartsen. Ondernemers moeten de eerste twee jaar zelf hun inkomensverlies opvangen en blijven vrij om aanvullende verzekeringen af te sluiten. Niet iedereen valt onder de regeling: zelfstandigen met een bestaande AOV, directeur-grootaandeelhouders en zzp’ers met voldoende dekking via loondienst zijn uitgezonderd. Hoewel er al jaren politiek over wordt gesproken, is er ook kritiek: de Raad van State wijst op uitvoeringsproblemen bij UWV en Belastingdienst, het CPB noemt de dekking te mager en belangenorganisaties twijfelen of invoering (mogelijk pas rond 2030) haalbaar is. Het is nu aan de Tweede en Eerste Kamer om zich over de wet te buigen.
Bron: Rijksoverheid
Zzp’er financieel sterker dan ooit, maar zorgen over regels verdubbeld
Zelfstandigen beginnen 2026 financieel sterk, maar met groeiende twijfels over de toekomst. Uit onderzoek van Knab onder ruim 20.000 zzp’ers blijkt dat het gemiddelde uurtarief is gestegen naar € 83 (tegen € 81 in 2025), terwijl 57% van de ondernemers het afgelopen jaar zijn tarief verhoogde, gemiddeld met 9%. De winst nam licht toe met 2% tot € 61.570, en maar liefst 84% blijft positief over de toekomst van het eigen bedrijf. De vraag naar zzp’ers blijft bovendien hoog (82%), al is die iets afgekoeld ten opzichte van eerdere jaren. Tariefverhogingen zijn daarbij steeds vaker een bewuste strategie, ingegeven door stijgende kosten (72%) en toenemende ervaring (53%), in plaats van een automatische jaarlijkse aanpassing.
Tegelijkertijd groeit de onrust onder zelfstandigen zichtbaar. Inmiddels maakt 52% zich zorgen over wet- en regelgeving, bijna een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder (29%). Vooral de impact van de Wet DBA en mogelijke nieuwe regels zorgt voor terughoudendheid bij opdrachtgevers, waardoor opdrachten vaker via tussenpartijen lopen en marges onder druk komen te staan. Ook het vertrouwen in het ondernemersklimaat daalt: nog maar 48% is daar positief over (was 55%). Opvallend is dat deze zorgen niet ten koste gaan van het vertrouwen in de eigen onderneming, maar wel van het bredere perspectief. Het beeld is daarmee dubbel: financieel staat de zzp’er er beter voor dan ooit, maar de externe omstandigheden maken ondernemen minder voorspelbaar.
Bron: Knab
Boekhoudpakketten vergelijken?
Ben jij als (startende) zzp'er op zoek naar een geschikt online boekhoudprogramma om jouw administratie (deels) zelf te doen? We hebben voor jou een aantal gangbare aanbieders op een rijtje gezet.
Experts wijzen op zwakke kanten Zelfstandigenwet
Minister Thierry Aartsen zet stappen in de hervorming van de zzp-wetgeving, maar het plan is nog verre van afgerond. Hij breekt de Vbar gedeeltelijk op en werkt de Zelfstandigenwet verder uit, met speciale aandacht voor het rechtsvermoeden bij tarieven onder € 38 per uur. Experts zoals Niels van der Neut, assistent-professor Labour Law aan de Universiteit van Amsterdam, waarderen de voortvarende aanpak, maar wijzen op de beperkingen: zzp’ers moeten nog zelf naar de rechter stappen en de Belastingdienst kan het rechtsvermoeden niet inzetten. Bijverdieners blijven een grijs gebied: de regels maken nog geen onderscheid tussen echte bijverdieners en fulltime schijnzelfstandigen, wat tot nieuwe onduidelijkheden kan leiden.
Praktijkexperts zoals Pim Graafmans, ceo van YoungOnes, pleiten voor duidelijke criteria. Hij stelt een combinatie van omzetgrens (€ 20.000 per jaar, KOR) en een urencriterium (maximaal 832 uur per opdrachtgever per jaar) voor, zodat echte bijverdieners soepel zelfstandig kunnen blijven werken, terwijl structurele schijnzelfstandigen werknemersrechten krijgen. Van der Neut benadrukt daarnaast dat open normen rond pensioen en arbeidsongeschiktheid in de Zelfstandigentoets nog steeds vragen oproepen, en verwijst naar het Belgische model van sociale zekerheid als mogelijk oplossing om continuïteit en duidelijkheid te waarborgen. Het is duidelijk: de nieuwe wetgeving is een stap vooruit, maar nog geen sluitende oplossing voor alle zzp-situaties.
Bron: De Ondernemer
Slechts 150.000 zzp’ers werken onder € 38-grens
De plannen van minister Thierry Aartsen om een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren bij uurtarieven onder de € 38, richten zich op een duidelijke maar relatief beperkte groep zzp’ers. Van de circa 1,7 miljoen zelfstandigen in Nederland (waarvan 1,2 miljoen volledig afhankelijk zijn van zzp-inkomsten), komt ongeveer 60% überhaupt in aanmerking voor deze regeling. Binnen die groep werkt zo’n 15% onder de tariefgrens, goed voor circa 150.000 zzp’ers. De wet is bovendien niet van toepassing op onder meer productverkopers (ongeveer 15%) en zzp’ers die vooral voor particulieren werken (circa 25%). Daarmee wordt duidelijk dat het wetsvoorstel zich vooral richt op een specifieke subgroep binnen de totale zzp-populatie. Het rechtsvermoeden speelt niet alleen bij uurtarieven: ook bij opdrachten op basis van een totaalprijs of stuksprijs kan de regeling van toepassing zijn, mits de vergoeding omgerekend neerkomt op minder dan €38 per uur.
Die groep is bovendien ongelijk verdeeld over sectoren. In sectoren als landbouw werkt zelfs 64% van de zzp’ers onder een laag tarief, terwijl dit in bijvoorbeeld de financiële sector nauwelijks voorkomt. Tegelijk gaat het vaak om kleinere sectoren: slechts 2% van alle zzp’ers werkt in landbouw of horeca. Opvallend is dat ondanks de lagere tarieven slechts 27% van deze zzp’ers liever in loondienst zou werken, wat betekent dat een ruime meerderheid bewust kiest voor zelfstandigheid. Ook het draagvlak voor de maatregel verschilt sterk: 68% van de hogere inkomens (boven € 80.000) steunt het voorstel, tegenover 46% van de lagere inkomens (onder € 40.000). De impact van de wet zal daardoor niet alleen afhangen van regelgeving, maar vooral van gedrag: of zzp’ers daadwerkelijk naar de rechter stappen, of dat tarieven simpelweg worden verhoogd om onder de nieuwe regels uit te komen.
Bron: ZiPconomy