4 min
-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
#ZZPUpdate week 40: Zelfstandigenwet in consultatie: duidelijke criteria voor zzp’ers, discussie over minimumtarief zzp’ers en hogere kosten voor ondernemers die producten van buiten de EU importeren
Geschreven door:
Zelfstandigenwet in consultatie: Aartsen presenteert duidelijke criteria
Na jarenlange discussie over schijnzelfstandigheid legt het kabinet in een nieuwe wet vast wanneer iemand als zzp’er mag werken. Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie zette donderdag de Zelfstandigenwet in internetconsultatie. De wet moet zzp’ers en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid geven en werkt daarvoor met concrete criteria. Zo moet een zelfstandige onder meer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer en zakelijke bankrekening hebben, zelf facturen versturen en zakelijke betalingen doen. Daarnaast moet een zelfstandige, gerekend over het lopende en voorgaande kalenderjaar, voor minimaal drie verschillende opdrachtgevers of klanten hebben gewerkt en actief nieuwe opdrachten werven.
Ook moet de zzp’er voorzieningen treffen voor risico’s die werknemers niet zelf hoeven af te dekken, bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid, pensioen en aansprakelijkheid. Hiervoor komt een minimumbedrag, maar hoe hoog dat wordt is nog niet bepaald. Niet alleen de ondernemer, maar ook de opdracht zelf wordt beoordeeld. Een zelfstandige moet in principe zelf kunnen bepalen waar, wanneer en hoe het werk wordt uitgevoerd en ondernemersrisico lopen. Wanneer het werk alleen op een specifieke locatie of tijd kan worden uitgevoerd, bijvoorbeeld op een bouwplaats, kan daarvan worden afgeweken. Wie aan de criteria voldoet, moet volgens Aartsen vooraf zekerheid krijgen dat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid.
Belanghebbenden kunnen tot en met 29 oktober 2026 reageren via internetconsultatie.nl. Daarna volgt het verdere wetgevingstraject, waaronder behandeling in de Tweede en Eerste Kamer. Eerder dan 1 januari 2028 zal de wet niet ingaan.
Bron: NOS
Opnieuw discussie over een minimumtarief voor zzp’ers
Moet de overheid bepalen onder welk tarief een zzp’er niet meer mag werken? Die discussie laait opnieuw op. Loe van Erp, directeur van SoloPartners en bestuurslid van Vereniging Zelfstandigen Nederland, betoogt in een opiniestuk op ZiPconomy dat een wettelijk minimumtarief volgens hem een werknemersoplossing is voor een ondernemersprobleem. Aanleiding is het voorstel voor een sectorspecifieke tariefondergrens, bedoeld om zelfstandigen in sectoren met een zwakke onderhandelingspositie te beschermen tegen zeer lage tarieven. Van Erp erkent dat bijvoorbeeld in kunst, cultuur en media veel zelfstandigen tegenover een beperkt aantal opdrachtgevers staan, waardoor tarieven onder druk kunnen komen. Volgens hem lost een minimumtarief het onderliggende probleem van een groot aanbod en beperkte vraag echter niet op. Bij gelijkblijvende budgetten zouden opdrachtgevers bij hogere verplichte tarieven bijvoorbeeld minder uren of minder zelfstandigen kunnen inhuren.
Ook waarschuwt hij dat een minimumtarief in de praktijk een richttarief kan worden en dat zelfstandigen minder vrijheid krijgen om zelf hun prijsstrategie te bepalen. Voorstanders van een tariefondergrens kijken daar anders naar. Zij stellen dat een ondergrens niet bedoeld is om iedere zelfstandige van voldoende opdrachten te voorzien, maar moet voorkomen dat professioneel werk wordt uitgevoerd voor tarieven waarmee kosten voor bijvoorbeeld pensioen, arbeidsongeschiktheid, ziekte en periodes zonder opdrachten onvoldoende kunnen worden opgevangen. Een algemeen of sectorspecifiek minimumtarief zoals in deze discussie wordt beschreven is op dit moment geen vastgesteld nieuw beleid.
Bron: ZiPconomy
Boekhoudpakketten vergelijken?
Ben jij als (startende) zzp'er op zoek naar een geschikt online boekhoudprogramma om jouw administratie (deels) zelf te doen? We hebben voor jou een aantal gangbare aanbieders op een rijtje gezet.
Plannen voor box 3: heffingsvrij vermogen vanaf 2027 fors omlaag
Het kabinet heeft nieuwe plannen gepresenteerd voor de financiering van de hervorming van box 3. Een van de meest opvallende maatregelen is een forse verlaging van het heffingsvrije vermogen. In 2026 bedraagt dit €59.357 per persoon, maar volgens het voorstel zou dit vanaf 2027 dalen naar €30.846. Hierdoor zouden aanzienlijk meer spaarders en beleggers belasting gaan betalen over hun vermogen. Vanaf 2028 moet vervolgens een nieuw box 3-stelsel ingaan waarbij voor onder meer beleggingen en tweede woningen meer wordt aangesloten bij het daadwerkelijk behaalde rendement. Daarbij wordt voorgesteld om niet langer met een heffingsvrij vermogen te werken, maar met een heffingsvrij resultaat van €1.000.
Ook ondernemers met een bv krijgen mogelijk met veranderingen te maken. Het kabinet kijkt naar een verdere beperking van de mogelijkheid voor directeur-grootaandeelhouders om grote bedragen van hun eigen vennootschap te lenen. Momenteel ligt de grens waarbij een lening als excessief wordt aangemerkt op €500.000. Het plan is om die grens uiteindelijk stapsgewijs terug te brengen naar €100.000. Leningen voor de eigen woning kennen daarbij een aparte behandeling. Verder wordt gekeken naar wijzigingen in het forfaitaire rendement voor overige bezittingen en naar tarieven in box 2. Vooral ondernemers die privé vermogen opbouwen als financiële buffer of oudedagsvoorziening en dga’s die geld lenen van hun bv kunnen hierdoor geraakt worden. De aangekondigde wijzigingen zijn nog niet definitief en moeten eerst door het parlement worden behandeld.
Bron: Onderneming.nl
Pakketjes van buiten de EU opnieuw duurder door extra toeslag
Ondernemers die producten van buiten de Europese Unie importeren, moeten vanaf 1 november 2026 rekening houden met extra kosten. Er komt een afhandelingsvergoeding van € 2 per productgroep binnen een e-commercezending. Die vergoeding komt boven op de invoerheffing van € 3 per productgroep die sinds 1 juli 2026 geldt voor zendingen van buiten de EU met een waarde tot € 150. Daardoor kunnen de heffingen bij goedkope zendingen oplopen tot € 5 per productgroep. Belangrijk is dat de kosten niet simpelweg één keer per pakket worden berekend: zitten er verschillende productgroepen in één zending, dan kan de heffing meerdere keren gelden. De nieuwe afhandelingsvergoeding van € 2 geldt bovendien ook voor e-commercezendingen met een waarde boven € 150.
De maatregel hangt samen met de enorme groei van goedkope pakketjes van buiten de EU. In 2025 kwamen volgens Europese cijfers ongeveer 5,9 miljard goedkope artikelen de Europese Unie binnen, waarvan circa 93% uit China. De opbrengsten van de nieuwe vergoeding moeten onder meer worden gebruikt om douanecontroles uit te breiden en efficiënter te maken. Daarnaast wil de EU stimuleren dat ondernemers vaker grotere partijen tegelijk importeren in plaats van veel kleine afzonderlijke zendingen. Vooral voor webwinkels en andere ondernemers die goedkope producten uit bijvoorbeeld China inkopen, kunnen de extra kosten relatief zwaar doorwegen in de kostprijs. Het wordt daardoor belangrijker om naast de inkoopprijs ook invoerheffingen, btw, transport- en afhandelingskosten mee te nemen bij het bepalen van de verkoopprijs.
Bron: Onderneming.nl