4 min
-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
#ZZPUpdate week 39: Verplichte intermediair biedt opdrachtgevers vooral schijnzekerheid, aantal zzp'ers in de logistiek stijgt en zzp'ers geven kabinet een 3,2
Geschreven door:
Verplichte intermediair biedt opdrachtgevers vooral schijnzekerheid
Opdrachtgevers laten zzp’ers steeds vaker via een intermediair of onderaannemer werken. Daarmee hopen zij de risico’s rond schijnzelfstandigheid te beperken. Volgens onderzoek van Vereniging ZZP Nederland levert een extra schakel echter geen automatische juridische zekerheid op. Voor de beoordeling van de arbeidsrelatie blijft vooral belangrijk hoe opdrachtgever en zelfstandige in de praktijk samenwerken. De dagelijkse aansturing en uitvoering van het werk wegen daarbij zwaarder dan alleen de contractuele constructie. Aan het onderzoek namen 1.353 zelfstandig ondernemers deel. Van hen werkt 73,8% meestal of altijd via een intermediair omdat de opdrachtgever dat voorschrijft. Daarnaast liep 40,3% in de afgelopen twaalf maanden opdrachten mis doordat rechtstreekse samenwerking niet mogelijk was. Meer dan een kwart van de deelnemers ervaart geen toegevoegde waarde van de tussenpartij.
Een intermediair kan volgens de onderzoekers wel degelijk nuttig zijn voor bemiddeling, administratie of contractbeheer. De tussenpartij mag echter geen dure en verplichte toegangspoort tot opdrachten worden. Door de marges van intermediairs kan een kleiner gedeelte van het totale tarief bij de uitvoerende zelfstandige terechtkomen. Zzp’ers krijgen daarnaast te maken met extra administratie en minder invloed op hun contractvoorwaarden. Als betalingen via meerdere partijen lopen, neemt bovendien het risico op te late of onbetaalde facturen toe. ZZP Nederland pleit daarom voor directe samenwerking waar dat mogelijk is en voor volledige transparantie over tarieven, voorwaarden en betaalstromen als een intermediair wordt ingezet.
Bron: De Ondernemer
Meer externe professionals in logistiek, maar fors minder opdrachten
Het aandeel zzp’ers en gedetacheerde professionals in logistiek, transport en productie is sinds 2022 gestegen. In 2022 bestond 8% van de professionals in deze sectoren uit externen, tegenover 12% nu. Dat percentage ligt nog wel onder het marktgemiddelde van 18%. De ontwikkeling is opvallend, omdat het aandeel externe professionals in verschillende andere sectoren juist afneemt. De cijfers zijn afkomstig uit de Talent Monitor van HeadFirst en Intelligence Group. Tegelijkertijd zetten bedrijven in logistiek, transport en productie ongeveer 60% minder externe opdrachten uit dan enkele jaren geleden. Er zijn dus meer beschikbare professionals, terwijl de vraag vanuit organisaties fors is gedaald. Dat kan leiden tot meer concurrentie bij het verwerven van opdrachten. Het aantal aanbiedingen per opdracht lag eerder anderhalf tot twee keer hoger dan in 2022, maar bevindt zich inmiddels weer rond het niveau van vier jaar geleden.
Ook de ontwikkeling van de tarieven blijft achter. Het gemiddelde uurtarief bedraagt € 98, tegenover een marktgemiddelde van ruim € 102. In de afgelopen twaalf maanden stegen de tarieven binnen de sector met 1,2%. Dat is minder dan de inflatie en volgens de Talent Monitor de laagste tariefgroei van alle onderzochte sectoren. Managers in zakelijke en administratieve dienstverlening behalen binnen de sector met gemiddeld € 113,36 het hoogste uurtarief, terwijl softwareontwikkelaars gemiddeld € 95,10 ontvangen. Organisaties verschuiven hun aandacht volgens HeadFirst van algemene capaciteit naar concrete resultaten, waardoor specialistische kennis over automatisering, AI en optimalisatie van toeleveringsketens gevraagd blijft.
Bron: Emerce
Zzp’ers geven kabinet een 3,2 en vragen om werkbare regels
Zelfstandig ondernemers zijn uitgesproken kritisch over het kabinetsbeleid. In een peiling van Knab onder 1.032 ondernemers zonder personeel krijgt het kabinet gemiddeld het rapportcijfer 3,2. Van de deelnemers geeft 82% een onvoldoende. De online peiling werd gehouden tussen 15 en 17 september 2026. Van de ondervraagden verwacht 71% minder over te houden wanneer de Prinsjesdagplannen doorgaan. Daarvan rekent 38% op een sterke achteruitgang en 33% op een beperkte daling. Slechts 2% verwacht juist meer over te houden.
Ook over de voorspelbaarheid van het beleid bestaan grote zorgen. Van de deelnemers verwacht 61% minder zekerheid over de regels voor zelfstandig ondernemerschap. Daarnaast denkt 37% dat het aantal opdrachten zal afnemen, terwijl 58% geen verandering verwacht en 5% juist op meer werk rekent. Belasting over het ondernemersinkomen wordt door 64% genoemd als onderwerp dat prioriteit verdient van het kabinet. Duidelijkheid over de regels voor werken als zzp’er volgt met 51%. Ondernemers wijzen erop dat hogere kosten niet altijd volledig aan klanten kunnen worden doorberekend. Daardoor kan minder ruimte overblijven voor buffers, investeringen en pensioenopbouw. De belangrijkste boodschap uit de peiling is dan ook dat zzp’ers behoefte hebben aan voorspelbare, begrijpelijke en praktisch uitvoerbare regels waarop ook opdrachtgevers kunnen vertrouwen.
Bron: ANP
Steeds meer zzp'ers werken door na hun AOW
De AOW-leeftijd hoeft voor zelfstandigen niet automatisch het einde van hun onderneming te betekenen. Sommige zzp’ers willen actief blijven, extra inkomen verdienen of hun kennis en ervaring blijven inzetten. Inkomsten uit werk worden niet verrekend met de AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank. Ook pensioenuitkeringen uit een pensioenfonds blijven in principe naast de inkomsten uit werk doorlopen. Doorwerken kan daardoor financieel aantrekkelijk zijn voor ondernemers die hun inkomen willen aanvullen. Opdrachtgevers kunnen tegelijkertijd gebruik blijven maken van de specialistische kennis en ervaring van oudere zelfstandigen. De gebruikelijke regels voor de beoordeling van een arbeidsrelatie blijven na de AOW-leeftijd van toepassing. Iemand wordt dus niet automatisch als zelfstandige beschouwd omdat diegene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Opdrachtgever en opdrachtnemer blijven samen verantwoordelijk voor een juiste inrichting van de samenwerking.
De financiële gevolgen van een verkeerde kwalificatie zijn bij AOW-gerechtigden op sommige punten wel kleiner dan bij jongere werkenden. Voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt, hoeven namelijk geen premies voor werknemersverzekeringen te worden afgedragen. Ook vindt meestal geen verdere pensioenopbouw via de werkgever plaats. Bij werken in loondienst gelden bovendien aangepaste regels voor loondoorbetaling bij ziekte. Werkgevers hebben ruimere mogelijkheden om tijdelijke contracten aan te bieden en hoeven bij het einde van het dienstverband in veel gevallen geen transitievergoeding te betalen. De keuze tussen loondienst en ondernemerschap moet ook na de AOW-leeftijd blijven aansluiten bij de manier waarop het werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Bron: FNV Zelfstandigen