2 min
-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
Hof oneens met FNV: Uber-chauffeurs zijn geen werknemers
Na jaren van juridische strijd heeft het gerechtshof Amsterdam een belangrijk oordeel geveld in de zaak tussen Uber en vakbond FNV. Zelfstandige Uber-chauffeurs zijn niet automatisch werknemers, maar kunnen als ondernemers worden aangemerkt. Of sprake is van een arbeidsovereenkomst, hangt af van de individuele omstandigheden per chauffeur.
Daarmee vernietigt het hof de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2021, die FNV nog in het gelijk stelde en oordeelde dat Uber-chauffeurs onder de taxi-cao vielen. In hoger beroep koos het hof echter voor een andere lijn, mede na beantwoording van prejudiciële vragen door de Hoge Raad.
Ondernemerschap centraal
Het hof benadrukt dat bij de beoordeling van arbeidsrelaties geen vaste rangorde bestaat tussen criteria. In deze zaak woog zwaar dat de zes chauffeurs die aan de zijde van Uber meeprocedeerden zelf investeren (onder meer in hun auto), ondernemersrisico lopen, vrij zijn in hun werktijden en zelfstandig bepalen welke ritten zij accepteren. Ook dragen zij het risico van aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Dat past volgens het hof bij ondernemerschap en niet bij loondienst.
Tegelijkertijd spreekt het hof zich nadrukkelijk niet uit over alle Uber-chauffeurs. Omdat de omstandigheden per chauffeur sterk kunnen verschillen, acht het hof het onmogelijk om een algemeen oordeel te vellen over de hele groep. Daarmee wijst het de vordering van FNV af dat alle Uber-chauffeurs werknemers zijn.
Teleurstelling bij FNV, opluchting bij Uber
Vakbond FNV reageert teleurgesteld en benadrukt dat de uitspraak geen vrijbrief is voor platformbedrijven. Volgens de bond blijft het mogelijk dat individuele chauffeurs wél als werknemer moeten worden gezien, bijvoorbeeld als zij exclusief voor Uber werken. FNV onderzoekt daarom vervolgstappen, waaronder cassatie bij de Hoge Raad en individuele procedures.
Uber spreekt juist van een duidelijke overwinning. Volgens het bedrijf bevestigt de uitspraak dat chauffeurs niet over één kam geschoren mogen worden en dat ondernemerschap een volwaardig criterium is bij de beoordeling van arbeidsrelaties.
Breder effect op schijnzelfstandigheid
De uitspraak heeft ook bredere gevolgen voor de handhaving op schijnzelfstandigheid. Het hof onderstreept dat toezicht maatwerk vereist en dat niet alleen het contract, maar vooral de feitelijke uitvoering van het werk doorslaggevend is. Voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen betekent dit dat aantoonbaar ondernemerschap cruciaal blijft, maar ook kwetsbaar, als de praktijk te veel op loondienst gaat lijken.