-
- Laatste update:
- Plaatsingsdatum:
- Update datum:
Zo betaalt de fiscus mee aan je werkplek als zzp’er
Een werkplek inrichten kost geld, en als zzp’er betaal je dat uit je eigen onderneming. Het goede nieuws is dat je een flink deel terugziet via de aangifte, mits je het goed boekt. Het minder goede nieuws is dat de regels voor een stoel anders zijn dan voor een werkkamer, en dat het verschil daartussen veel ondernemers geld kost. Hieronder de hoofdlijnen, met een rekenvoorbeeld.
Inventaris en werkruimte zijn twee verschillende dingen
Dit is de belangrijkste splitsing. Een stoel, een bureau, een scherm en een lamp zijn inventaris. Dat zijn bedrijfsmiddelen die je gewoon als kosten opvoert, ongeacht waar ze staan. De werkruimte zelf is iets anders. Voor het aftrekken van kosten van een werkkamer in je eigen woning gelden strenge voorwaarden rond zelfstandigheid van de ruimte en het aandeel van je inkomen dat je daar verdient, en in de praktijk voldoet bijna niemand eraan. Dat je de kamer niet mag aftrekken betekent dus niet dat de spullen erin ook afvallen.
Direct ten laste brengen of afschrijven
Voor bedrijfsmiddelen geldt een drempelbedrag. Blijft de aanschafprijs daaronder, dan boek je hem in een keer als kosten in het jaar van aankoop. Kom je erboven, dan moet je het bedrag over meerdere jaren afschrijven, meestal vijf jaar met een restwaarde. Dat drempelbedrag staat al jaren op 450 euro exclusief btw, maar controleer het actuele bedrag voordat je boekt.
Praktisch betekent dit dat een stoel van 400 euro dit jaar volledig meetelt, terwijl een stoel van 700 euro over vijf jaar wordt uitgesmeerd. Het eindresultaat is hetzelfde, het moment waarop je het voordeel voelt verschilt.
De btw haal je los terug
Ben je btw-plichtig, dan trek je de btw op de aanschaf af in je aangifte omzetbelasting. Dat staat los van de inkomstenbelasting en gebeurt in het kwartaal van aankoop. Op een aanschaf van 605 euro inclusief btw krijg je dus eerst 105 euro terug via de btw-aangifte, en werk je in de inkomstenbelasting verder met het bedrag van 500 euro exclusief.
“Dat je de kamer niet mag aftrekken betekent dus niet dat de spullen erin ook afvallen.”
En dan de investeringsaftrek
Investeer je in een jaar boven een bepaald totaalbedrag in bedrijfsmiddelen, dan heb je mogelijk recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dat is een extra aftrekpost bovenop de gewone kosten. Een enkele stoel brengt je daar zelden overheen, maar samen met een laptop, een bureau en een telefoon in hetzelfde jaar kan het wel uitkomen. De bedragen en percentages veranderen jaarlijks, dus kijk ze na in de aangifte.
Een rekenvoorbeeld
Stel, je koopt een stoel van 484 euro inclusief btw. Daarvan haal je 84 euro terug via de btw-aangifte. De resterende 400 euro blijft onder het drempelbedrag, dus die voer je dit jaar volledig op als kosten. Let op dat zo'n aftrekpost je niet het volle tarief oplevert, want over je winst geldt eerst de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent. Van die 400 euro telt dus ongeveer 350 euro mee voor de belasting, en bij een tarief rond de 37 procent scheelt dat je zo'n 130 euro. Netto betaal je dan rond de 270 euro voor een stoel die 484 euro kostte. De precieze uitkomst hangt af van je winst en je tarief, maar de orde van grootte klopt.
Dat verandert de afweging bij de aanschaf behoorlijk. Wie een bureaustoel kopen als uitgave van vijfhonderd euro ziet, rekent zichzelf in feite te arm, want een deel komt via twee verschillende routes terug.
Waar het meestal misgaat
De klassieke fout is privé afrekenen en het bonnetje kwijtraken. Zonder factuur op naam van je onderneming heb je geen btw-aftrek en een lastig verhaal richting de Belastingdienst. De tweede fout is zakelijk kopen wat je voor negentig procent privé gebruikt, want bij gemengd gebruik moet je het zakelijke deel aannemelijk maken. Voor een stoel die in je werkkamer staat is dat zelden een probleem, voor een stoel in de woonkamer kan dat anders liggen.